REPLAY


Vandaag al met al toch behoorlijk tevreden over mezelf. De dag begon raar, met een droom waarin Niki me van het balkon van een hoge flat gooide. Maar ik ben die nachtmerries zo gewend dat ik nauwelijks uit m'n doen was.
     Nu net pas de dagelijkse boodschappen gedaan en een paar praatjes gemaakt met vakkenvullers, van wie ik de meesten inmiddels wel min of meer ken. Daarna relaxed naar huis gelopen in de zon. O ja, had bij de retailer nog wel even de aanvechting om een flesje wijn mee te pakken. Dat was minder. Thuis meteen doorgelopen naar het scherm en bij VechtNet ingelogd -- gelukkig was Frank er. Je weet toch wat er gebeurt als je een fles mee naar huis neemt? Dat moeten we niet hebben, hoor. Het gaat nou net zo goed. Maar soms is de verleiding wel erg groot. Fles pakken, uitchecken en bingo. Niemand die het ziet.
     Eerder vandaag kwam Georges langs, vandaar dat ik wat later was met alles.
     Georges is een Fransman die hiernaartoe kwam omdat het hier beter was. Maar het was zóveel beter dat hij er letterlijk in verzoop. Zodoende kwam hij ook bij VechtNet terecht.
     We hadden het nog over Dirk. Dirk was een oude man die de hinderlijke neiging had veel over vroeger te praten als hij nuchter was, en dat was hij bij VechtNet uiteraard altijd. Vooral over alles wat toen volgens hem beter was dan nu, en over liedjes die hij van vroeger kende. Een pluspunt van dat nuchter-zijn was weer dat hij die liedjes niet ging zingen. Zijn uitspraak van het Engels was erbarmelijk. Soms klik ik een audiostream met gouwe ouwe aan en realiseer me ineens met een schok dat ik iets hoor waar Dirk het altijd over had, versta dan pas, met terugwerkende kracht, wat hij destijds zei. Eigenaardig dat je nog precies weet hoe de stem van een overledene klonk die je hebt gekend, maar dat je die toch nooit meer zult kunnen reproduceren tenzij je er toevallig een opname van hebt. Je zou hem onmiddellijk herkennen als je hem hoorde, maar er valt niks meer te herkennen. Soms hoor ik Dirks stem nog in een droom.
     Maar ik heb meestal klassiek opstaan, want die gouwe ouwe gaan snel vervelen. Bijvoorbeeld de Hongaarse melodie van Schubert, lekker voluit op m'n player en daarmee dan door het huis lopen als buiten de zon schijnt -- rondjes door de kamer en via het balkon, de keuken en de gang weer terug naar de kamer. Heerlijk, tranen in m'n ogen van geluk.
     Maar juist geluk is bedrieglijk. Zó ben je intens gelukkig en zó zit je weer te janken. Blijkbaar gaan de dronkenmanstranen gewoon door als je niet meer drinkt.
     Het moeilijkst is het als er iets te vieren valt, bijvoorbeeld dat de dokter me weer drie of vier maanden respijt heeft gegeven. Je kunt weer plannen maken, korte reisjes onder begeleiding afspreken, en op zo'n fijne avond zou je eigenlijk wel een biertje willen nemen. Maar gelukkig is VechtNet er dan, met hopelijk Frank, die zo mooi kan uitleggen waarom ik géén biertje kan nemen. Nou ja, eerlijk is eerlijk, de anderen kunnen dat net zo goed, dat uitleggen, Abdel is er bijvoorbeeld ook heel sterk in, misschien nog wel beter dan Frank. Maar met Frank kan ik nou eenmaal het best opschieten, dat is iets onbenoembaars. We liggen elkaar. In een andere setting hadden we goede vrienden kunnen zijn.
     Het is wel ideaal, dat net. Je bent een stuk minder eenzaam. Contact met lotgenoten is balsem voor de ziel. Het is of ze bij je aan tafel zitten. Er zijn ook vrouwen bij, maar die hebben meestal hun cam uit staan. Zelfs vrouwen van onze leeftijd worden nog lastiggevallen, je houdt het niet voor mogelijk. Als er iets is wat we achter ons hebben gelaten dan toch wel dat, zou je denken. Ik zou het niet in mijn hoofd halen een opvolgster voor Niki te gaan zoeken. Niki, die zo lang getuige is geweest van mijn hobbelende neergang. Steeds een miniem stukje omhoog en dan weer een lange roetsj naar beneden, tot ik op de bodem van mijn leven zat. Alleen al het idee nog een keer iemand zoiets aan te doen...
     Nou ja, ze hebben natuurlijk vestigingen in alle grote steden. Ik zou er ook zo naartoe kunnen lopen, maar ze zien me aankomen daar. Real life is alleen voor echte noodgevallen, en dat ben ik niet. Georges heeft het wel een paar keer gedaan, maar dat was omdat-ie meer aandacht wilde. Een cry for help, zeiden ze bij VechtNet. Het was rotflol om Georges dat met zijn Franse accent te horen zeggen, met die schrapende r'en. Flauw om om zoiets te lachen, maar ik blíjf het grappig vinden.
     Je hebt natuurlijk islamic beer. Maar dat kan ik niet door m'n strot krijgen, ik vind het zo onvoorstelbaar smerig. Al zal niet iedereen daar zo over denken, ik heb mensen het spul met een gelukzalig gezicht zien drinken. Het was een tip van Abdel, probeer eens islamic beer, zei hij, mij bevalt het goed. Maar dan heb je toch iets niet begrepen. Nou ja, bij VechtNet moeten ze die dingen wel zeggen, dat is officieel beleid. Het is net zoiets als die propaganda voor condooms waarmee je om de oren wordt geslagen zodra je iets aanklikt. Ze moeten die dingen nou eenmaal aanprijzen vanwege de soa's, maar condooms zijn natuurlijk een rámp, dat weet iedereen. Nét de plaats bedekken waar het allemaal om gaat, waar je het meeste voelt! Stel je voor dat je als fijnproever een exquise maaltijd krijgt voorgeschoteld met de mededeling dat jij die helemaal mag opeten, maar ho, wacht even -- wél met een nauwsluitend rubberen hoesje om je tong. Daar trapt toch ook niemand in?
     Ik bedoel, als ik the real thing niet kan krijgen dan maar liever helemaal niks. Beter dat dan een vies surrogaat waar je alleen maar doodongelukkig van wordt.
     A propos surrogaat, Georges vertelde dat hij iets had ontdekt, of eigenlijk hérontdekt: koken. Hij had allemaal recepten op z'n reader geladen en kocht ineens van allerlei spul waar ik zelfs nog nooit van gehoord had. Hij raadde mij aan om dat ook te doen, als zinvolle tijdvulling, zo formuleerde hij het (rotflol again), maar ik weet gewoon dat dat niks voor mij is. Ik heb nooit van koken gehouden, ook niet toen ik jong was en de dagverse maaltijden nog niet zo goed waren als nu. Maar fuck, als je Georges erover hoort vertellen krijg je er bijna zin in. Hij is er zelfs toe overgegaan allerlei speciale ingrediënten in zijn voormalige vaderland te bestellen via het net. De prijs valt reuze mee. En het schijnt heel snel te gaan, binnen 24 uur heb je je bestelling.
     Een minimelodietje trekt mijn aandacht. Iemand wil een gesprek met mij. Aha, het is Stike, mijn Vlaamse vriend van de TaalNerds. Een van de weinige niet-VechtNetters die ik nog ken. Als ik zijn brede grijns op mijn scherm zie, word ik meteen helemaal vrolijk. In voormalig België wordt onze taal nog enigszins in ere gehouden, verder spreekt iedereen inmiddels half Engels. Hij stelt voor elkaar weer eens ergens halverwege te treffen, en ik beloof dat ik zal proberen te regelen dat ik begeleiding kan krijgen.
     Ha, ik heb ineens van alles te doen, ik leef helemaal op. Eerst probeer ik Frank te pakken te krijgen, maar die is kennelijk not attending his screen. Ik krijg Serafina. Ik wil een reisje aanvragen, zeg ik.
     Ze kijkt bedenkelijk. Moet dat nu, kan het niet morgen? Het is al over tienen.
     Oké, ik kom er morgen op terug, zeg ik teleurgesteld.
     Ach, nee, we regelen het nou gelijk even, zegt ze als ze mijn sneue gezicht ziet. Sorry, het was een beetje een bad day at the office vandaag.
     Oké, tof van je, zeg ik, en ik leg uit waar het om gaat en welke dagen zouden kunnen. En het geluk is met mij: Frank kan op een van de mogelijke data. Yesss! Een treinreisje met Frank, nog iets om me op te verheugen.
     Als de details zijn geregeld, stuur ik Serafina via text nog een paar dikke zoenen. Ik blijf nog wat zitten mijmeren en schrik op als het scherm ineens uit slaat. Ik had niet gemerkt dat er alweer tien minuten voorbij waren.
     Zal ik nog even een docustream checken of is het bedtijd?
     Bedtijd.
     De moeilijkste tijd van de dag, want als je in het donker ligt zonder die prettige verdoving waaraan je vroeger zo gewend was, klaarwakker, je ogen wijdopen, komen de tierende gedachten waartegen je zonder bezigheden geen verweer hebt. De herinneringen, muizenissen en spinsels die je de draaikolk in trekken. Je wilt die razernij stilzetten, maar hoe? Er is geen stopknop.
     Alle VechtNetters hebben een verhaal. En dat verhaal beleven we nacht na nacht, jaar in jaar uit. Telkens opnieuw houden we onszelf tot in alle details voor wat er mis is gegaan, spellen minutieus uit wat we fout hebben gedaan en waarom, wanneer we wat hebben verknald en wat er had kunnen gebeuren als we niet... Op ons geestesscherm trekken ze voorbij, onze verloren paradijzen. We zien ze in een eeuwigdurende replay, de banen die we hebben verspeeld, de vriendinnen die we hebben weggejaagd. Natuurlijk altijd in de gunstigst denkbare scenery en badend in een gouden licht.
     Niki die me toelacht tijdens een picknick in een van onze interbellums, het licht op haar haar. Niki naast me in bed, haar lijf tegen me aan, de heftigheid van het gevoel, niet verdoofd door drank. Waarom kon ik dat interbellum niet eeuwig rekken zodat we er nooit meer uit hoefden? Waarom wilde ik dat geluk niet?
     Niki die in de huiskamer zit te werken terwijl ik in mijn ochtendjas de krant lees op de bank. De blikken van verstandhouding die we elkaar toewerpen. De felgele kleur van de vers geperste jus in onze glazen. De halve schillen in de vuilnisbak. Al dat dierbare.
     Niki. Verschilt maar één letter van de Griekse godin van de overwinning. Dat soort dingen moest je vroeger op school in je kop stampen. Voordeel was dat je het dan ook voorgoed wist, nooit meer hoefde op te zoeken. Naslagwerken konden gesloten blijven, je hoefde nooit het net op -- het net dat er toen trouwens nog niet was.
     En uiteindelijk schreeuwt Niki altijd weer die gruwelijke, want onweerlegbare laatste zinnen -- ook die ken ik vanbuiten. En ten slotte smijt ze dan altijd weer die deur dicht.
     The many years forgetting what you know too well. Gék word je ervan.
     Na een paar uur tobben ga ik meestal weer uit bed, een beker warme chocola maken, een poosje uit het raam van de huiskamer kijken. Met de player op m'n kop, Bachs Goldbergvariaties. In de flats aan de overkant zijn de meeste ramen donker, de brave burgerij waartoe ik nooit heb behoord slaapt.
     Als ik daar genoeg van heb ga ik alle apparaten in huis inspecteren. Alle stappen van de diagnostics van de verwarmingsketel doorlopen. De warmtewisselaar, de airco en de luchtbevochtigers controleren. Checken of alle apparatuur met een display wel de tijd van de timeserver op het net weergeeft. Kijken of er nog draagbaar grut opgeladen moet worden. De player, die moet natuurlijk regelmatig drinken. Ik ben trouwens hopelessly obsolete met dat antieke ding, iedereen loopt tegenwoordig met zo'n pcc'tje op zak. Maar ik ben gehecht aan het geval, het is zo klein dat je het niet om je hals voelt en ik kick op die vederlichte dopjes met dat overweldigende stereo-effect. Alsof de piano in je kop zit.
     Als ik zo een poosje wat door het huis heb gerommeld, word ik bevangen door een aangename wazigheid, en dan laat ik me weer in bed vallen en kan ik hopelijk eindelijk een paar uurtjes slapen.
     Ik zit met Frank in de trein, op weg naar mijn afspraak met Stike. We kletsen wat en hij kijkt af en toe op het display van zijn pcc'tje om te zien of er nog wat bijzonders is. Het zonovergoten landschap schiet voorbij voor het raam, wie niet beter weet denkt dat we twee vrienden zijn die samen een dagje uit zijn. Alles is goed en mooi.
     Zelfs de treinsteward is aardig in deze droom.



Copyright © 2008 Wim Scherpenisse <info@wimscherpenisse.nl>
Terug naar de pagina 'Korte verhalen'